Het is warmer dan ik had ingeschat en als ik mijn spullen in het hoge gras heb neergezet trek ik eerst mijn trui uit. Ik heb twee dagen voorgevoerd en ondanks dat ik tijdens het voeren en het half uurtje dat ik bleef hangen geen teken van karper heb gezien, heb ik er vertrouwen in. Voor ik de boel in orde maak voer ik een twintigtal boilies verspreid voor en in de rietkraag. Dat zal de eventueel wachtende vissen alvast bezig houden. Een derde plekje, ik noem het mijn 'uitwijkplekje' voorzie ik van drie hele boilies en wat boiliekruim.
22 juni 2014
4 juni 2014
Twee nachtjes aan de waterkant
Een half uur na inwerpen is het al raak. Een afgepaaide, typische grootwaterschub zorgde voor de nog niet verwachte consternatie. We waren de tent nog aan het opzetten en het waadpak lag nog niet klaar. Uiteindelijk liep het allemaal goed af en poseer ik kort met de vis.
23 mei 2014
Met bonkend hoofd
In het donker voeren voor een nieuw projectje. Gehurkt sluip ik achter de halve meter hoge opkomende rietkraag langs de oever. De concurrentie zit aan de overkant onderuitgezakt op 'scherp'. Af en toe licht het oranje schijnsel van zijn sigaret fel op. Ik herken hem. Het is een notoire aflegger. Oppassen dus. Zijn manier van vissen, maar duidelijk niet de mijne. Wel hoogst irritant. De boiliezak kraakt luider dan ik zou willen, maar het geluid lijkt aan mijn concurrent voorbij te gaan. Eén voor één gooi ik de bollen sneaky vlak voor de rietkraag in het water. Ik heb er lol in. De 'plop' die elke boilie bij het te water gaan produceert, lijkt aan de overkant niet te worden opgemerkt. Zo creëer ik een spoortje van ruim dertig meter en is mijn plastic tas aan het einde een kilootje lichter.
1 mei 2014
Met de neus in de boter; voorjaarskarper onderwater
Soms ben je op het juiste moment op de juiste plek. In het gelukkige geval ben je dan aan het vissen, maar vaak ook niet. Het laatste is deze keer het geval. Ik maak een rondje langs diverse wateren, gewoon om even buiten te zijn. Zoals bijna altijd heb ik een camera mee. Dit keer slechts mijn GoPro om wat beelden van watervlooienwolken en ander onderwaterleven te kunnen maken. 'Ken het voedsel en gedrag van uw doelwit' weet je wel. Daarbij heb ik het plan opgevat om wat potentiële stekken onder water te filmen nu de helderheid voor even dankzij de watervlooien is toegenomen. Van het laatste komt het echter niet meer...
27 april 2014
Struinen, de vangst van een grijsaard
Struinen! Onderhand kan ik het lichamelijk wat beter aan en aangezien het uiteindelijk toch de visserij is waar mijn hart ligt, doe ik het weer wat vaker. Nu de zon vandaag schijnt en de ondiepere sloten opwarmen, zullen de vissen die geheid opzoeken of anders ten minste de bovenste waterlagen. De laatste meters lijn worden vervangen en een haakmaatje 6 wordt aangeknoopt. De voertas is gevuld met hondenbrokken en een halfje bruinbrood. Sneetjes dit keer en geen ongesneden.
16 april 2014
Criminele zaken en een ontsnapping
Twijfel. Struinhengel of de korte afstandhengeltjes? Drie uurtjes de tijd. Rondrijden of twee plekjes afvissen? Struinen!
Eerste water zie ik al gauw drie schubjes rondzwemmen en zelfs af en toe een hap op de bodem nemen. Formaat is wel heel klein, dus ik ga door. Tweede water niets te zien. Derde water. Twee schubs van mooi formaat liggen apathisch in de zon. Een kwartiertje later houd ik het voor gezien en rijd ik door.
De lelies groeien hier hard. Al snel vind ik wat karpers. Geen grote en sommigen opvallend mager. Waarschijnlijk vissen van het vaste bestand, meer polderschubs en niet de grootwaterberen die er elk moment in zullen trekken. Dan valt mijn blik op een karper. 'The Mothership' of all karpers hier. Brede rug, nóg bredere buik en dik drie leliebladeren lang. Ik rijd door en zet mijn fiets op de dichtstbijzijnde brug op slot.
Eerste water zie ik al gauw drie schubjes rondzwemmen en zelfs af en toe een hap op de bodem nemen. Formaat is wel heel klein, dus ik ga door. Tweede water niets te zien. Derde water. Twee schubs van mooi formaat liggen apathisch in de zon. Een kwartiertje later houd ik het voor gezien en rijd ik door.
De lelies groeien hier hard. Al snel vind ik wat karpers. Geen grote en sommigen opvallend mager. Waarschijnlijk vissen van het vaste bestand, meer polderschubs en niet de grootwaterberen die er elk moment in zullen trekken. Dan valt mijn blik op een karper. 'The Mothership' of all karpers hier. Brede rug, nóg bredere buik en dik drie leliebladeren lang. Ik rijd door en zet mijn fiets op de dichtstbijzijnde brug op slot.
1 april 2014
Stormkarpers!
Er raast een storm over Nederland. Op weg naar het water moet Wouter de auto continu bijsturen om hem op de weg te houden. Drie kwartier later draaien we de parkeerplaats op. Boomtakken klapperen luid tegen elkaar aan, de grond is bezaaid met afgeknapt en gespleten hout. We laden alles op de kar en lopen naar de eerste plek. Best link nog zo onder de bomen! Onze aanpak voor de komende tijd hebben we al eerder deze week vastgesteld. Instant vissen, max 1,5 uur per plek, waarvan minimaal een uur netto vistijd; de tijd dus dat onze rigs in het water liggen. De resterende dertig minuten dienen voor opruimen / neerzetten spullen en verkassen naar de volgende plek.
26 maart 2014
ROVERS magazine - Polderkastelen met dood aas
Dit artikel is gepubliceerd in BEET/ROVERS editie februari 2014
Het vangen van een snoekbaars in de polder ervoer ik altijd als een gloriemoment. Zeldzaam en alsof ik op dat moment extra goed had gevist. Ik ving ze bijna nooit op de door mij gebruikte kunstaasjes, laat staan op doodaas. Ik vermoedde zelfs dat de grote snoekbaarzen, die vroeger over de polderstelsels heersten, uitgestorven waren. Had ik het dan toch mis?
Het vangen van een snoekbaars in de polder ervoer ik altijd als een gloriemoment. Zeldzaam en alsof ik op dat moment extra goed had gevist. Ik ving ze bijna nooit op de door mij gebruikte kunstaasjes, laat staan op doodaas. Ik vermoedde zelfs dat de grote snoekbaarzen, die vroeger over de polderstelsels heersten, uitgestorven waren. Had ik het dan toch mis?
Het begon
allemaal met een zoektocht naar snoek. Opgegroeid met het idee dat je eerder
vis vangt als je vist waar de vis zit, hanteer ik meestal een mobiele, zoekende
aanpak. Door te beredeneren waarom een snoek zich ergens zou ophouden, valt in
de winterperiode al een groot deel van het water uit te sluiten. Voedsel is
hierbij naar mijn mening veruit de meest invloedrijke factor.
Prooivissen
zoeken dus. Gelukkig kunnen vismaten Rolf en Wouter zich hier ook in vinden, waardoor
we onze kennis en krachten kunnen bundelen. Onderling vertrouwen is hiervoor
belangrijk, maar daarmee zit het bij ons wel goed. In overleg kiezen we elk een
vrij groot gebied om verkennend af te vissen. Na een paar weken evalueren we de
boel en leggen we potentiele hotspots naast elkaar. Deze plekken vissen we vervolgens
in de late herfst of begin winter (afhankelijk van de watertemperatuur) gezamenlijk
af. Eerst met kunstaas, later met dood aas. Zo wordt de buit enigszins eerlijk
verdeeld en hebben we alternatieven genoeg als het ergens niet loopt. Door veel
af te wisselen van plek en per keer niet te lang te blijven hangen, zullen we
de boel ook niet snel ‘kapot’ vissen.
De eerste periode
is het dus investeren geblazen, maar als het goed is, betaalt dat zich in een
later stadium uit, waarbij we ons kunnen focussen op de plekken waarvan we in
ieder geval weten dat er snoek ligt.
16 maart 2014
Winterse schoonheden
De laatste jaren greep ik 's winters veelal naar de snoekstokken en witvishengels om aasvissen te vangen. Een leuke, welkome afwisseling en vooral bij het witvissen bleek het belang van een juiste aanpak en de te bevissen diepte om écht succesvol te zijn. Deze winter echter, was mijn snoekmanie van niet al te lange duur. Om 'into het snoeken' te komen en vervolgens te blijven, heb ik koude nodig. Winterse taferelen zoals sneeuw, ijs, pijnlijke vingers en een druipneus. Hoopvol, maar zelfverzekerd begon ik met vismaten Rolf en Wouter aan een, wat zou moeten worden, snoekseizoen als nooit tevoren. De aanpak van afgelopen winter mondde in een schandalige hoeveelheid gevangen rovers uit, dus dat zou wel goed moeten komen. En ook nu vingen we weer veel rovers, van klein tot groot. De winter gaf echter niet thuis. Een aantal maal zag ik karper voorbij zwemmen terwijl ik mijn kunstaasje binnendraaide of naar de doodaasdobber keek. Dat gaat op den duur dan toch echt knagen. Geen échte winter en ook nog eens karpers zien zwemmen. De snoekstokken werden dus steeds vaker voor karperhengels ingeruild.
Abonneren op:
Posts (Atom)


