11.15 uur, een uur later dan voorgenomen, maar ik lig in. Getergd zit ik strak achter mijn hengels. Het bewolkte weer en de verwachte regenachtige dag zorgen voor rust in de omgeving. Was gisteren wel anders. Hopelijk hebben de Pineappletjes hun werk gedaan en komt er een mooie vis terug om te kijken of er nog meer te halen valt.
Rond mijn stek houdt zich een meerkoet op met maar één poot. Of hem iets overkomen is, of dat hij zo uit het ei is gekropen weet ik niet. Hij doet me een beetje denken aan iemand die ik onlangs in het revalidatiecentrum heb leren kennen. ‘John, maar zeg maar Johnny, dat doet iedereen hier’. Zo stelde de man zich voor nadat we onze verhalen hadden uitgewisseld. Johnny heeft zijn been verloren door een motorongeluk. Hij had zijn vrouw beloofd de schuur op te ruimen en daar had hij net even geen zin in en dus had hij zijn motor gepakt om een stukje te gaan rijden. Oei, oei, oei, wat had hij op z’n flikker gehad van z’n vrouw. Wel een halve dag had ze pislink naast hem aan zijn bed gezeten, maar uiteindelijk had haar bezorgdheid de overhand gekregen. ‘t’Is gewoon een overgevoelig wijffie’, sloot Johnny zijn relaas af.







