Zaterdag. Vandaag weer met Sander op pad, dit keer met de boot. Het plan is om gewoon een stukje te varen en ondertussen een planning voor de komende tijd te maken. Sander heeft voor de zekerheid een penhengel en wat blikjes mais meegenomen, mochten we karpers tegenkomen. Zoals voorspeld is het zonnig en uit de wind zelfs warm.
We draaien het meer op. Het valt mee met de drukte. Enkel wat bootjes met zonaanbiddende mensen, geen speedboten en jetskies. Langzaam pruttelend volgen we de oever en herinneringen van vroegere sessies worden aangehaald:
‘Die nacht dat we in het natuurgebied zaten en onze stoelen op de drijvende rietkant hadden geplaatst. We vingen zes karpers, maar zakten steeds verder het water in’ en ‘de modderstek, waar we keer op keer succes wisten te behalen, maar die keer met die gigantische onweersbui is toch wel de meest memorabele sessie’ en ‘de Krabbenberg, waar onze boilies geen lang leven waren beschoren.’
Ondertussen fotograferen we potentiele stekken en diverse vogels, waaronder een zwaan die niet van wijken weet, en een paartje ijsvogels.



